Waarom de politiek in? Ik woon al tien jaar met mijn twee zoontjes in Middelland en Delfshaven. In die tijd zag ik hoe mensen hun vertrouwen in de overheid verloren. Hoe armoede groeide en mensen soms kaarsen brandden omdat ze geen geld hadden voor stroom. Hoe hulp uitbleef.Het keerpunt was de schietpartij waarbij Marlous en Romy omkwamen door de Erasmusschutter. Voor hen startte ik de Vergeet-me-nietjes-actie, die landelijke aandacht kreeg. Het liet mij zien: buurten hebben kracht als we luisteren en samenwerken. Toen besloot ik de politiek in te gaan.
“ Ik wil in de gemeenteraad voor een Rotterdam met een hart. Voor solidariteit, goed onderwijs en gelijke kansen. ”
Mijn drijfveer? Kansen voor kinderen en jongeren. Onderwijs is de sleutel tot een sterke stad. Al vijftien jaar zet ik mij daarvoor in. Ik begon als docent geschiedenis, werd lerarenopleider en later teamleider op het Erasmiaans Gymnasium. Daar zag ik hoe belangrijk het is dat Rotterdamse kinderen hun talent ontdekken én benutten. Ik ontwikkelde talentenprogramma’s en organiseerde groepen waarin leerlingen elkaar helpen. Deze initiatieven groeiden uit tot een netwerk van meer dan dertig scholen in de regio. Zo kregen honderden jongeren de kans om te groeien.
Nu werk ik bij de Comenius-scholen. Daar begeleid ik startende docenten en studenten, want goed onderwijs begint bij sterke leraren. Als we investeren in leraren, investeren we in onze kinderen – en in de toekomst van Rotterdam.
In Rotterdam zie ik niet alleen uitdagingen, maar ook kansen. We hebben buurthuizen die wél werken, initiatieven waar mensen elkaar vinden en helpen. Daar wil ik op voortbouwen.Ja, er zijn te weinig leraren en sommige buurten missen steun. Mensen verdwalen soms in regels en formulieren. Maar dat kunnen we veranderen. Door te investeren in onderwijs, door bureaucratie te verminderen en door sterke lokale netwerken te ondersteunen.
Ik wil in de gemeenteraad voor een Rotterdam met een hart. Voor solidariteit, goed onderwijs en gelijke kansen.