Ik ben een Turks-Koerdische Rotterdammer uit een arbeiderswijk. Een wijk die in rap tempo dreigde te veranderen in een soort verkapt Manhattan aan de Maas. Rotterdam wordt helaas steeds meer een stad waarin juist de Rotterdammers die deze stad hebben opgebouwd, vaker plaats moeten maken voor meer welvarende nieuwe bewoners.

Tegelijk hoor en zie ik nog te vaak mensen die zeggen dat ze hun eigen buurt niet meer herkennen. Dat gevoel herken ik. Mijn oude wijkje herken ik zelf ook niet meer.

We zien het overal terug: geen betaalbare woningen voor onze jongeren en ouderen, minder sociale samenhang, het verdwijnen van de oude gezelligheid, en een stadsbestuur dat te vaak over Rotterdammers praat in plaats van met hen. In Feijenoord, maar ook daarbuiten. Dat is misschien wel het grootste probleem.

“ Besturen is niet uitleggen waarom iets niet kan, maar nadenken over hoe het wél kan  ”
— Adri Duivesteijn

De hendel moet écht om. Het stadsbestuur en de gemeente moeten weer actief samen met Rotterdammers beslissen over wat er in hun wijken gebeurt, en niet lukraak over hun hoofden heen.

Als kandidaat wil ik de zorgen en wensen van die ongehoorde Rotterdammers weer de raad in brengen. Maar dat kan ik niet alleen. Daarom geloof ik sterk in de kracht van mensen uit de wijken zelf, namelijk bewoners die zich dag en nacht inzetten voor hun vrienden, buren en straat. Die kracht moeten we versterken, zodat de wijken en het stadhuis elkaar weer weten te vinden.