Geachte mevrouw Bouwkamp,  

De Rotterdammer had iets te kiezen op 18 maart. In een soms felle, maar ook inhoudelijke  campagne waren de verschillen tussen de partijen duidelijk. Ik ben blij en voel het als een  grote verantwoordelijkheid dat de kiezer GroenLinks-PvdA de grootste partij van de stad  heeft gemaakt. De opkomst lag gelukkig iets hoger dan vier jaar geleden, maar de afstand  tussen de politiek en een groot deel van de Rotterdammers blijft te groot. 

GroenLinks-PvdA neemt graag het voortouw in de vorming van een nieuw college. Het is  verleidelijk om direct in het ‘wie-met-wie’ te duiken, maar ik zou u als verkenner graag eerst  twee andere zaken meegeven. Om de afstand tussen Rotterdammer en politiek te  verkleinen, is verandering nodig in de politieke cultuur en de manier waarop deze stad  wordt bestuurd.  

Ten eerste vraagt de stad om een politiek van de lange adem die de grote opgaves aanpakt.  Voor minimaal de komende tien tot twintig jaar. Met in de collegeperiode 2026-2030 al  tastbare resultaten die Rotterdammers merken in hun dagelijks leven. We nodigen u uit om  bij alle partijen door te vragen hoe zij de aanpak van deze opgaves voor zich zien. En vanuit  daar te onderzoeken welke partijen kunnen komen tot een gezamenlijke visie op de stad. Ik  noem een aantal grote opgaves: de wooncrisis, het tegengaan van de grote ongelijkheid, het  veiliger maken van de stad, de aanpak van dakloosheid, de vergroening van haven, stad en  economie en het verkleinen van de afstand tussen de overheid en Rotterdammers. Hierover praat ik tijdens ons gesprek graag met u door. 

Ten tweede, om die opgaves voor de lange termijn aan te pakken, is een politieke en  bestuurlijke cultuur van samenwerking en inclusie noodzakelijk. Rotterdam kent een traditie  van gesloten coalities, met weinig ruimte voor oppositiepartijen om dingen voor elkaar te  krijgen. Het primaat ligt bij het college. De gemeenteraad, toch het hoogste orgaan van de  stad, is vaak volgend. Geluiden vanuit de stad van bewoners, maatschappelijke organisaties  en bedrijven, dringen soms moeilijk door tot het stadsbestuur. De overheid wordt niet altijd als benaderbaar en betrouwbaar gezien. De opgaves voor Rotterdam zijn zo groot dat we  ons deze cultuur niet langer kunnen veroorloven. We hebben iedereen nodig, politiek en  maatschappelijk, om Rotterdam in de toekomst die geweldige stad voor iedereen te laten zijn. 

Ik wil u uitdagen om al in de verkenningsfase breed te kijken naar vormen van  samenwerking die verder gaan dan ‘de helft plus 1 in de raad’. Een stabiel Rotterdams stadsbestuur rust op een meerderheidscoalitie die afspraken maakt voor de komende vier  jaar, maar is sterker en effectiever als er ruimte is voor bredere samenwerking in de raad en  met de stad. GroenLinks-PvdA ziet kansen om de positie van de gemeenteraad te versterken  door in een coalitieakkoord niet alles al dicht te regelen en om (deel-)akkoorden te sluiten  met zoveel mogelijk politieke partijen op opgaves waarvoor veel draagvlak is. Ook achten  wij het van belang om bewoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven al tijdens de  totstandkoming van een coalitieakkoord en de vier jaar daarna volwaardig mee laten doen.  Over deze en andere opties gaan we graag met u in gesprek. 

Met vriendelijke groet, 

Namens de fractie van GroenLinks-PvdA 

Jeroen Postma