Betere hulp voor Rotterdammers met schulden

Slechts een klein percentage van de Rotterdammers met problematische schulden die bij de gemeente om hulp vragen komt uiteindelijk terecht in de schulddienstverlening. Die conclusie trekt de Rotterdamse Rekenkamer in het onderzoek ‘Hulp buiten bereik: effectiviteit van het schulddienstverleningsbeleid.’ Dat moet beter, concludeerde fractievoorzitter Judith Bokhove gisteren bij de bespreking van dit rapport in de Rotterdamse raad.

De meeste problemen liggen bij het aanvraagproces, dat volgens de Rekenkamer veel te complex is. Veel Rotterdammers met schulden hebben het gevoel dat ze van het kastje naar de muur gestuurd worden, omdat ze met wel vier of vijf verschillende hulpverleners te maken krijgen voor ze eindelijk ergens in een traject terecht komen. De wethouder gaat hier extra begeleiding bij organiseren, maar was niet van plan de aanmeldprocedure te vereenvoudigen. Gelukkig werd een motie van D66 en GroenLinks aangenomen waarin de wethouder de opdracht kreeg dat alsnog te gaan doen. Ook het ontbreken van individuele ondersteuning vanuit het welzijn voor Rotterdammers die zich proberen aan te melden voor een traject bij de Kredietbank Rotterdam is een groot gemis. Met een motie van de SP, PvdA, PvdD en GroenLinks werd geregeld dat Rotterdammers binnenkort weer wel zulke laagdrempelige en individuele hulp kunnen krijgen. 
 
GroenLinks is wél enthousiast over de experimenten met Mobility Mentoring die momenteel in Rotterdam plaatsvinden. Met deze werkwijze worden inzichten uit de hersenwetenschappen gebruikt om te komen tot een betere aanpak van armoede en schulden. Chronische (geld)stress, waar mensen met problematische schulden bijna per definitie mee kampen, zorgt ervoor dat mensen niet meer in staat zijn verstandige keuzes te maken met oog voor de lange termijn. Bokhove: ‘De gemeente wil vaak dat Rotterdammers met problemen eerst een beroep doen op hun eigen kracht om hun problemen op te lossen. Maar daar moeten mensen dan wel toe in staat zijn. We zien dat dat in dit werkveld maar beperkt mogelijk is, en zijn blij dat de gemeente daar nu ook oog voor lijkt te hebben.’